Voordat de wellness- en zwembadfaciliteiten worden aangelegd, moeten de klimatologische kenmerken van de afzonderlijke ruimten worden bepaald. Pas dan kunnen bouwkundige ingrepen goed worden uitgevoerd. In wellnessruimten worden drie binnenklimaten onderscheiden: Constant normaal klimaat Hier heerst een normaal binnenklimaat, bijvoorbeeld 20 tot 23 °C met 50% relatieve luchtvochtigheid. Dit is het geval bij de receptie van een wellnessruimte in een hotel, in de kleedkamers of in de technische ruimte. De warmte-isolatie moet op die plekken conform de (in Duitsland voorgeschreven) energiebesparingsverordening worden uitgevoerd, als het even kan zonder warmtebruggen. De ruimte moet klimatologisch worden gescheiden van een aangrenzende ruimte met een vochtiger klimaat. Dan is een extra maatregel voor vochtbescherming meestal niet nodig. Wisselend klimaat Een wisselend klimaat in een wellnessruimte komen we tegen in een aparte doucheruimte of ruimten met whirlpools. Hier zijn de temperaturen iets hoger (bijvoorbeeld 25 °C) dan in de voorkamers. De relatieve luchtvochtigheid varieert echter sterk. In deze ruimten is thermische isolatie van hoge kwaliteit een vereiste. De oppervlaktetemperatuur moet dicht bij de temperatuur in de ruimte liggen, zodat er op de lange termijn geen schadelijke oppervlaktecondensatie op de muren en op het plafond ontstaat. Hier is het verstandig om extra binnenisolatie met vochtwering aan te brengen. Dankzij de verhoogde oppervlaktetemperatuur kan condensatie worden voorkomen. Ook worden eventuele warmtebruggen afgedekt en krijgen de constructie- onderdelen extra bescherming tegen de soms hoge vochtbelasting. Binnenbadklimaat Temperaturen van meer dan 30 °C en een luchtvochtigheid van 60 % zijn in binnenbaden tegenwoordig standaard. Omdat het erg warm en vochtig wordt in de ruimte, is aandacht voor de constructie en afwerking van de muren enorm belangrijk. De muren van een binnenzwembad moeten zo zijn opgebouwd, dat er nooit condensatie kan ontstaan – niet op de oppervlakken en niet binnenin de afzonderlijke elementen. Voor buitenmuren wordt tegenwoordig gewerkt met kwaliteitsisolatie van 10 of 12 cm. De vraag is, of extra binnenisolatie met een dampwerende laag dan nog nuttig is. U moet bedenken dat er in de zwemruimte – met een permanent prettig klimaat van ongeveer 30 °C en 60% luchtvochtigheid – ongeveer twee keer zoveel vocht in de lucht zit als bijvoorbeeld in de woonkamer. Daarom moet de constructie van de muren, het dak en het plafond zorgvuldig worden gecontroleerd. Een binnenisolatie met een dampwering van aluminium sluit bestaande warmtebruggen af. Zo blijven alle oppervlakken warm en droog en zijn vocht- en schimmelproblemen uitgesloten. Voor een veilige plafondconstructie die goed past bij het gewenste gebruiksklimaat, brengt u aan de zwembadzijde 5 cm warmte-isolatie en vochtwering aan. Afhankelijk van de individuele situatie zijn ook andere diktes geschikt. Zo kunnen warmte en vocht niet de bouwstructuur binnendringen. De plafondconstructies moeten worden getest en het bewijs dat ze geschikt zijn als plafond voor een binnenzwembad moet worden ingediend. Met het verlaagde plafond kunt u qua uiterlijk alle kanten op. Diverse vormen, verschillende hoogteniveaus, indirecte verlichting, geïntegreerde spotjes of een sterrenhemel als sfeervolle verlichting in de avond, wat u maar wilt. Ventilatiekanalen, elektrische kabels en luidsprekerkabels worden keurig VEILIGHEID HEEFT DE HOOGSTE PRIORITEIT BIJ HET ONTWERPEN EN ONTWIKKELEN VAN WELLNESSFACILITEITEN. WARMTE- EN VOCHTBESCHERMING EN EEN PRETTIGE RUIMTEAKOESTIEK SPELEN DAARBIJ EEN CRUCIALE ROL. BOVEN ALLES VEILIGHEID TECHNIEK & ENERGIEBESPARING 98 MAGAZINE | 2023
RkJQdWJsaXNoZXIy MjUxODg=